Als een hert naar het water
hijgt mijn hart:
ik wil u levend weten, niet
dood zoals zij zeggen.
In mijn dorst is mijn ziel,
mijn dorst naar de levende
in wie ik op zou gaan,
ik die zou voorgaan:
op naar uw huis.
Niemand die u loven zou
als ik, als ik kon.
Ben ik hier in dieptes
die u nog niet ziet?
Boven mijn hoofd gaat altijd
hun gebulder, gebaren.
Ik wil het aan de stenen vragen:
word ik hier geweten?
Dieper dan een dolk
in mijn merg steekt uw stilte -
dood zouden zij zeggen, maar ik hoop:
niemand die u loven zal als ik.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
This site is in three languages. Please be patient in searching the Pages, Links and Index to Blog Posts for English, Dutch, or Chinese. I am not a voracious networker and do not use the Comment function, but please feel free to contact me by e-mail...
Brief bio sketch
Lloyd Haft (1946- ) was born in Sheboygan, Wisconsin USA and lived as a boy in Wisconsin, Louisiana and Kansas. In 1968 he graduated from Harvard College and went to Leiden, The Netherlands for graduate study in Chinese (M. A. 1973, Ph. D. 1981). From 1973 to 2004 he taught Chinese language and literature, mostly poetry, at Leiden. His sinological publications include Pien Chih-lin: A Study in Modern Chinese Poetry (1983/2011; published in Chinese translation as 发现卞之琳: 一位西方学者的探索之旅 in 2010) and A Guide to Chinese Literature (with Wilt Idema, 1997). His liberal modern Dutch reading of Laozi's Daode jing was published as Lau-tze's vele wegen by Synthese in September 2017. His newest books in English are translations: Herman Gorter: Selected Poems (Arimei Books, 2021), Zhou Mengdie: 41 Poems (Azoth Books, 2022), and Totally White Room (Poems by Gerrit Kouwenaar, Holland Park Press, 2023). He has translated extensively into English from the Dutch of Herman Gorter, Gerrit Kouwenaar, and Willem Hussem, and from the Chinese of various poets including Lo Fu, Yang Lingye, Bian Zhilin and Zhou Mengdie.
Since the 1980s he has also been active as a poet writing in Dutch and English. He was awarded the Jan Campert Prize for his 1993 bilingual volume Atlantis and the Ida Gerhardt Prize for his 2003 Dutch free-verse readings of the Psalms (republished by Uitgeverij Vesuvius in 2011). His newest books of poetry in Dutch are Intocht (Introit) and Beluisteringen (Soundings), published by Uitgeverij Van Warven in November 2023, and Kruipruimte (Crawlspace), published by Arimei Books in November 2024. After early retirement in 2004, for a number of years Lloyd Haft spent much of his time in Taiwan with his wife Katie Su. In June 2019 he was named a Distinguished Alumnus of National Taiwan Normal University. In addition to writing and translating, his interests include Song-dynasty philosophy and tai chi. For many years he sang in the choir of a Roman Catholic church of the Eastern Rite in The Hague.
Since the 1980s he has also been active as a poet writing in Dutch and English. He was awarded the Jan Campert Prize for his 1993 bilingual volume Atlantis and the Ida Gerhardt Prize for his 2003 Dutch free-verse readings of the Psalms (republished by Uitgeverij Vesuvius in 2011). His newest books of poetry in Dutch are Intocht (Introit) and Beluisteringen (Soundings), published by Uitgeverij Van Warven in November 2023, and Kruipruimte (Crawlspace), published by Arimei Books in November 2024. After early retirement in 2004, for a number of years Lloyd Haft spent much of his time in Taiwan with his wife Katie Su. In June 2019 he was named a Distinguished Alumnus of National Taiwan Normal University. In addition to writing and translating, his interests include Song-dynasty philosophy and tai chi. For many years he sang in the choir of a Roman Catholic church of the Eastern Rite in The Hague.
Showing posts with label psalmen. Show all posts
Showing posts with label psalmen. Show all posts
Wednesday, July 27, 2011
Friday, June 17, 2011
Naar Psalmen 20, 27
(1) Naar Psalm 20
Moge die mij ziet
mij nu ook horen,
nu dag nog is –
ik benauwd,
hij als altijd verborgen.
Niet in zijn hoge bergen ,
niet verborgen is mijn hart maar hier,
in 't nu, in 't nauw.
Ik roep u nu,
ik heb u nodig hier.
(2) Naar Psalm 27
Mijn vrees zij u tot licht:
mijn beven de kracht van uw verschijnen.
Als door een macht omsingeld
wacht mijn hart, alleen.
Eén ding heb ik verlangd:
dat in mijn ogen
uw schoonheid worde gelezen.
Moge u binnen de muren van mijn benauwdheid
uw inwoning vinden
en in mijn blinde speuren
het schijnsel van uw heiligdom.
Moge u in mijn roepen
uw naam horen.
Zoals ik naar uw aangezicht uitzie:
zie toch op mij.
Ik zou allang zijn bezweken
maar zo groot is mijn hoop:
dat u mij nog ziet bij mijn leven.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Friday, May 27, 2011
Naar Psalmen 17-19
(1) Naar Psalm 17
Neem mijn waarheid op,
heb in u mijn smeking.
Ken u in de klacht
van mijn onverbeelde lippen.
Ken u in mijn klacht. Want mijn gelaat
gaat uit van uw aanschijn,
uw oog aanschouwe in mij de wederga.
Neem mij waar naar uw aanwezigheid:
wees het peil van mijn nacht,
u zult niets vinden anders dan uw nacht.
Aangaande uw mens verkondig ik u
dat het niet mijn wil was te wankelen,
mijn lippen blijven namens u herhalen
dat mijn pad een weg is:
ik hield mijn voeten in dit spoor
dat u eens tot mij zoude spreken.
Nu roep ik u: hoor mij nu toch.
Wat u hoort, zijn uw woorden door mij,
o luisteraar van hen
die uw hand zoude hoeden.
Laat mij het hart van uw oog zijn,
naaf van uw vleugelen,
holst van de kring die u ziet,
die ons samen wandelen trekt.
Wederwicht, ontwaak!
Verlos mij van het ongoddelijke
dat uw zwaard om ons heen heeft gehouwen,
help mij het werk van uw hand overleven.
Ik wil dat u er bent
in waarheid, als ik opsta
behouden naar de mate
van uw aanschijn.
(2) Naar Psalm 18
Ik zál u liefhebben,
zál u goed noemen
al strakken de banden van uw dood
nu al om mij heen,
stromen al uw haters op mij toe.
Al redt u mij niet meer –
de banden van uw dood zijn mij nog levens-
draden: laat mij u toch
volgen tot in uw verborgen zijn.
(3) Naar Psalm 19
De hemelen maken zijn gloed helder
in het onvatbare. Uitstrekkende
blijkt hij.
Dag aan dag spreken zij
tekenloos: hun stem
wordt niet gehoord onder de mensen.
Hun snoer meet dieper dan aarde,
voorbij het laatste mensenwoord
waar hij de zon wil zien wonen:
met vreugde op het pad dat voor hem ligt,
vanuit het begin van de hemelen
en terug naar het begin:
en voor zijn gloed is niets verborgen
want de ziende ziet uit
naar volheid: wat houdt stand
buiten zijn blijken?
– de ziende, die zich geeft
in een weids hart, helderder ogen.
De ziende: wat staat
buiten zijn bevinden?
– dat begeerlijker is
dan edel metaal
en zoet: waarin ook wij
zijn aangegeven: zeem dat hij wil zien.
Moge voor de woorden van mijn mond
en het wachten van mijn hart
een plaats zijn in uw zicht,
o ziende, mijn kracht en mijn herkenner.--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Sunday, May 22, 2011
Naar Psalm 16
Bewaar mij
want u bent in mij gekozen:
als u niet waar bent,
waar ben ik?
Ik pleng geen bloed, zet mijn lippen
niet meer aan tot vreemd gesmeek
want hier bent u: ik meet u
aan de dorst van eigen lippen.
Ik die weinig ben
– hart, nieren in het donker –
ken u waar ik kennen kan :
mijn lippen.
U komt mij over de lippen,
dorst komt dood te boven.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Saturday, May 7, 2011
Naar Psalm 139
Ziende, u bent mij aangegaan.
Mijn staan en mijn opstaan
worden uw weten,
u gaat mij na:
de straat die ik bega,
de plaats waar ik
zal liggen in uw verte.
De baan van mijn gaan,
kring van mijn komen
sluit in uw openend oog:
al mijn wegen
zult u vatten.
Hoe vreemd ook het woord
dat over mijn lippen wandelt,
het wordt uw zeggen.
U omvangt mij
van voren, van achter,
waar mijn hand raakt
bent u
in wonderlijke kennis
van mij die verder ligt.
Waar zou ik ontkomen
aan ontmoeting? aan 't altoos
wijder vallen van ons aangezicht?
Zou ik de hemel
beklimmen: bent u.
koos ik tot rustplaats
de hel: bent u.
Nam ik de dageraadsvleugels,
huisde ik over de zee:
nog die hand.
Riep ik de duisternis
over mij af,
dan was ook mijn duisternis
uw licht
dat niet schrikt voor duister.
Mijn nieren immers hangen
niet los van uw nagaan,
u was in de buik van mijn moeder
mede verborgen.
Ben ik uit uw vrees, uw
verwondering ontstaan?
mijn ziel onder uw werking
geworden nader wonder,
verst kennende?
't Is u lang niet onbekend
waarom ik eigenaardig
gewrocht werd in ondersten
en breuken uwer aarde.
Mijn botten immers blinken
als u ze ziet:
tekens in uw schrift,
die klinken naar de mate
van uw lezen.
Onschatbaar zijn mij dan ook
uw gedachten naar mij!
Wat zij samen uitmaken.
Naar mijn telling zijn zij
menigte, meer dan het zand der zeeën:
en als wij wakker worden
zijn zij van ons beiden.--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Friday, May 6, 2011
Naar Psalm 23
Mij weet de ziende,
kent mijn gebreken.
Door velden van woekering
ritselt zijn vrede;
de stroom die hij meeziet
spiegelt zijn rust.
Langs rotsen als waarheden
leest hij mijn hart aan elkaar:
ik hoor bij hem.
Al ga ik door het dal
dat de dood overschaduwt,
ik vrees geen verwijdering:
want u weet mee;
in uw verlengde weet ik mij.
Bij u wordt dat
wat voor mij ligt
tot maal;
de hekelaar die bij mij is
belet uw aandacht niet; u houdt
mijn hoofd op:
de beker aan mijn lippen.
Waarlijk zal ik gaan
in licht en verbinding alle dagen
want waar ik leef, zal wonen
een ziende in eeuwigheid.--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Thursday, May 5, 2011
Naar Psalm 10
Heb ik u verwijderd?
Gingen mijn gedachten u te ver?
Werd mijn hart u te warm
waar het brandde, woedde,
altijd u wilde?
Dacht u dat mijn hart
blij was als ik zei:
hij is er niet?
Gedachten had ik genoeg
en tijd om in te denken,
verdenken, vervloeken:
woorden die als kwijl mijn lippen beliepen.
Werd u voor mijn vrees bevreesd?
Maar al mijn gedachten waren
niets, zijn niets, doen niets!
Niet u bent bang maar ik!
ik die denk dat u niet bent!
Laat ik u niet meer denken:
doet nu u.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Saturday, April 30, 2011
Naar Psalm 11
Als de vogel de pijl
voelt aankomen, vliegt hij –
af! naar de berg!
Als ik de woorden
van de hekelaar hoor, blijf ik –
verscholen in herinnering aan u,
dood op de plaats in het oog van de schutter,
levend in uw oog.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Wednesday, April 27, 2011
Naar Psalm 138
Als ik u prijs
is mijn hart heel,
ook waar duizend beelden
mij blijven aanstaren.
Ik groet in de richting
van uw verborgenheid,
zeg dat uw naam
licht is en waarheid:
boven alle dingen uit
blijft uw naam.
Op de dag dat ik schreide
hoorde ik in de sterkte van mijn schreeuw
uw antwoord.
Wisten zij wat ik zoek
ook koningen zouden u prijzen
en zingen van uw wegen
dat deze gloed groot is
want u laat mij levend
door benauwdheden lopen.
Ik kom op de ziende uit,
in ziens blijvende band.
Het gluren van de hekelaar
raakt mij niet,
wat mij raakt
noem ik uw hand.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Saturday, April 23, 2011
Naar Psalm 130
Waar ik u aanroep is diepte:
hoor dan mijn stem.
Laat uw oor zich verstaan
met de stem van mijn verdriet
want eeuwig is zij als u.
Wat is mijn angst anders
dan uw weidsheid?
Achter mijn zwijgen
zoek ik uw woord:
maak dan van mijn hoop
uw dageraad
en van mijn duur uw dag.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Tuesday, April 12, 2011
Naar Psalm 77
Waar ik God mee aanriep,
die stem was de mijne.
Hij zou naar mij luisteren.
God zoeken was
mijn dag en mijn kwelling.
Ik stortte mijn handen
de nacht in: geen hand kwam terug.
Ik was niet meer te vleien.
Als ik aan u dacht
had ik geen vrede,
mijn ziel was in haar klacht omhuld.
U hield mijn oogleden open,
zo kwam ik op vroeger dagen,
jaren van verhalen.
Ik dacht aan de nachten toen ik zong:
zo was ik met mijn hart
bijeen:
wij onderzochten:
heeft hij voorgoed losgelaten?
geldt de belofte niet iedere generatie?
Vergeet ook hij?
Al is het mijn kwelling,
ik denk aan jaren van zijn rechterhand,
spreek nog van zijn daden,
blijf zijn wonderen op mij nemen.
Zijn dag is de verborgene:
waar zie ik wat ik zeg?
Toch bent u de God
die de zonen van Jakob en Josef
noemden, toen zij nieuw leven kregen.
De wateren zagen u wel,
en beefden
tot in afgronden.
Uit de wolken
kwam zicht voort.
Komen uw stralen verder?
Uw weg blijft een zee,
uw pad een groot water.
U moet hen hebben geleid
als een herder, in de dagen
van Moses en Aaron.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
die stem was de mijne.
Hij zou naar mij luisteren.
God zoeken was
mijn dag en mijn kwelling.
Ik stortte mijn handen
de nacht in: geen hand kwam terug.
Ik was niet meer te vleien.
Als ik aan u dacht
had ik geen vrede,
mijn ziel was in haar klacht omhuld.
U hield mijn oogleden open,
zo kwam ik op vroeger dagen,
jaren van verhalen.
Ik dacht aan de nachten toen ik zong:
zo was ik met mijn hart
bijeen:
wij onderzochten:
heeft hij voorgoed losgelaten?
geldt de belofte niet iedere generatie?
Vergeet ook hij?
Al is het mijn kwelling,
ik denk aan jaren van zijn rechterhand,
spreek nog van zijn daden,
blijf zijn wonderen op mij nemen.
Zijn dag is de verborgene:
waar zie ik wat ik zeg?
Toch bent u de God
die de zonen van Jakob en Josef
noemden, toen zij nieuw leven kregen.
De wateren zagen u wel,
en beefden
tot in afgronden.
Uit de wolken
kwam zicht voort.
Komen uw stralen verder?
Uw weg blijft een zee,
uw pad een groot water.
U moet hen hebben geleid
als een herder, in de dagen
van Moses en Aaron.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Monday, April 4, 2011
Naar Psalm 119
(1) Naar Psalm 119: alef
Gezegend zou hij zijn
die zijn wandel een weg vond,
die dat kon getuigen
wat heel zijn hart zocht:
die het onheil dat hij bracht
als opdracht ondervond,
als onderhouden van uw nood aan hem.
Ben ik zo gemaakt
dat ik uw spoor zal ontwaren?
Word ik in mijn speuren beschaamd?
Mijn loven is oprecht: en mijn verlangen
uw waarheid ook in mij te ondervinden.
(2) Naar Psalm 119: beth
U zoeken is mijn hart geworden:
is mijn hart vergeefs?
Uw woord erin verborgen:
zal ik niet horen?
Dat ik uw spoor mag volgen
in mijn hart verborgen
en in het tasten van mijn lippen.
Uw sporen zijn mij tot schatten.
Ik zoek in mijn gedachten
uw noden en in mijn aandacht uw weg.
Uw waarheid zij mijn vreugde:
op uw woord zal ik wachten.
(3) Naar Psalm 119: daleth
Bij mij zijn ziel en slijk
nu één: richt mij toch op
zoals u heet te doen.
Voel toch
in mijn speuren naar uw redenen
de werking van uw wil.
Mijn ziel houdt zich niet staande:
richt mij toch op
zoals u heet te doen:
dat ik u niet verloochen,
dat ik uw wegen
dan toch verkies.
Waar mijn hart uiteen ligt
is ruimte: open
voor u.
(4) Naar Psalm 119: vau
Dat mij de weidsheid overkome
waarin uw zwijgen heerst:
zwijgen dat mijn antwoord
zal zijn aan het vele
dat hier vertrouwen vraagt.
Vraag mij niet te vroeg
de waarheid te spreken
want ik hoop nog op u.
Zo blijf ik in uw zwijgende
weidsheid behouden.
Al mijn dwalen is zoeken:
in de tijd uw sporen.
Waar koningen en wijzen
spreken, is uw zwijgen
mijn vreugde.
Ik hef mijn handen
op in uw waarheid,
op in mijn liefde:
u in mij.
(5) Naar Psalm 119: zajin
U heeft mij doen hopen
op u, op het woord.
Waar ik nog van u hoor
leef ik.
Wat de hekelaar ook zegt,
ik blijf bij u:
u denken is mijn troost.
Hoe ver ik ook dwaal
elk spoor voert terug
in het duister gerucht:
van u is de naam
die ruist in mij als adem.
(6) Naar Psalm 119: jod
Moge ik weten dat mijn handen
om u zijn begonnen;
dat zij wijzen.
Laat ik in mijn angst
uw woord voelen
dat wijst.
Moge ik weten dat mijn kwellingen
waarheden zijn
die getuigen van uw waarheid;
dat uw weidsheid
mijn toevlucht mag zijn
waarin er voor mijn leven
plaats is gewezen.
Moge mijn benauwdheid
wijzen: naar uw waarheid een spoor.
(7) Naar Psalm 119: lamed
Bestaat uw woord
buiten de tijd?
Worden wij nog een geslacht
dat u hoort, terwijl de aarde blijft staan?
Uw woord, uw aarde. En ik:
dienaar van beide.
Als er in uw waarheid
niet ook vreugde voorkwam
was ik allang vergaan.
Maar: ik kan niet vergeten
dat ik leef: ook dat
is uw waarheid.
Al hoor ik uw antwoorden niet:
ik zoek ze.
Zoveel is er
om mij te vernielen
maar ik ben op uw sporen bedacht.
Aan alles op aarde
kan ik mijn einde zien:
maar uw waarheid is wijder.
(8) Naar Psalm 119: pé
Met het vreemde van elk uwer sporen
is iets van mijn ziel verkleefd.
Kon uw woord door een smallere poort klinken,
wij zouden samen in licht zingen.
Ik open mijn lippen,
houd mijn adem in:
spreekt daar uw antwoord?
Komt in mijn gestalte uw zien?
klinkt in mijn stap uw stem?
Laat op mijn gezicht
uw licht stralen
dat uw waarheid
mij dage:
uw antwoord geschreven
in het levende water dat uit mijn ogen stroomt.
(9) Naar Psalm 119: kof
Mijn hart is vol als ik roep;
daarin bewaar ik u.
Dat ik u aanroep
blijft mij tot teken:
dat ik er voor de morgen was
om in mijn hoop uw woord te zoeken.
Langer dan de nacht
zoeken mijn ogen
in hun zoeken uw zin.
Laat in uw weidsheid ook mijn stem
getuigen: en in uw oog mijn leven.
Al wat mij omklemt is mij
een teken van uw waarheid,
al wat ik weet getuigt van u in mij.--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Sunday, April 3, 2011
Naar Psalm 92
Is ‘ik dank u’ ook ‘u helpt mij’?
– mijn hart het instrument dat u beweegt.
Zo diep in mij uw werken
en aan u de gedachte.
U bent hier niet te horen
maar te wachten, als het onkruid
dat opkomt, opent,
leeft als van u de gedachte.
Waar mijn lippen als uw bladeren
opkomen, opengaan –
wil dat zeggen u?
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Naar Psalm 1
Was het mij beter gegaan
als ik niet had gedacht,
niet had verwacht dat u was?
– niet bij dag en bij nacht?
Had ik u niet moeten missen?
Beter de boom geweest die staat,
niet denkt,
wortels drenkt in water,
niet in hoop als ik?
Wie kan het zeggen,
wie kent hier de grond?
Niet ik bedenk de boom
die om mij ís: uw loof, uw luister.
Uw naam: wind tussen de bladeren
die ís om mij begonnen.
--Lloyd Haft (uit De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Querido 2003; herdruk Uitgeverij Vesuvius 2011)
Labels:
bijbelverzen,
psalmen
Subscribe to:
Posts (Atom)